Je zegt de hele dag dingen die je eigenlijk niet meent.
“Ja, dat is goed.”
Terwijl het niet goed is.
“Nee hoor, geen probleem.”
Terwijl het wel een probleem is.
“Ik vind het niet erg.”
Terwijl je het wel erg vindt.
En ’s avonds ben je moe.
Niet van wat je deed.
Maar van wat je niet zei.
Je denkt misschien dat je gewoon iemand bent die zich makkelijk aanpast.
Dat je geen drama wil.
Dat het het niet waard is.
Dat anderen je toch niet gaan begrijpen.
Maar aanpassen is niet hetzelfde als kiezen om iets niet te zeggen.
Aanpassen is overleven.
Ik ben Maike.
En ik heb jarenlang mijn leven aangepast aan anderen.
Gekeken naar wat hoorde.
Mijn eigen waarheid ingeslikt.
Niet omdat ik niets te zeggen had…
maar omdat ik bang was.
Voor afwijzing.
Voor spanning.
Voor wat er zou gebeuren als ik echt eerlijk was.
Dus ik glimlachte.
Zei wat oké was.
En hield de rest voor mezelf.
Tot ik op een dag voelde: ik ben mezelf hier kwijt.
En vanaf daar… begon er iets te verschuiven.
Niet ineens. Niet perfect. Maar wel echt.
Je waarheid inslikken is geen karaktertrek.
Het is een gewoonte.
Een lichamelijke gewoonte.
Geleerd. Vaak heel jong.
Toen je merkte dat eerlijk zijn iets kostte.
Afwijzing. Spanning. Stilte.
Dus leerde je inslikken.
En glimlachen.
En zeggen wat ze wilden horen.
En nu… jaren later… doe je het nog steeds.
Automatisch. Zonder dat je het doorhebt.
Iemand die bij mij kwam voor 1-op-1…
Tijdens het kennismakingsgesprek vroeg ik:
“Hoe spreek je het liefst af? Online, persoonlijk…?”
Ze begon te lachen.
“Gelukkig vraag je me dat nu… en niet een paar jaar geleden.”
“Want toen had ik dat niet eens geweten.”
Ze vertelde me:
“Ik heb pas na drie jaar therapie ontdekt dat ik eigenlijk nooit eerlijk zei hoe ik het liefst afsprak.”
Ze zei altijd:
“Kies jij maar waar we afspreken.”
“Kies jij maar wie er rijdt.”
“Doe maar wat het gemakkelijkst is.”
Niet omdat het haar niet uitmaakte.
Maar omdat het veiliger voelde om mee te gaan dan om te zeggen wat zij wilde.
En daardoor deed ze vaak dingen die eigenlijk niet goed voelden.
Kleine dingen. Maar wel… elke keer opnieuw.
Want anders… had ze misschien ook met mij een afspraak gemaakt die eigenlijk niet goed voelde.
En stel je eens voor…
Als je al twijfelt om te zeggen hoe je het liefst afspreekt…
Wat durf je dan niet te zeggen tegen je partner?
Op je werk?
Tegen je moeder?
Je familie?
En als je iets meeneemt nadat je dit gelezen hebt…
Laat het dan dit zijn:
Je bent niet te lief. Je bent niet te zacht. Je bent niet te gevoelig.
Je hebt ergens geleerd dat het makkelijker is om jezelf in te houden dan om je uit te spreken.
Dat het veiliger is om mee te gaan dan om ruimte in te nemen.
En dat zie je in kleine dingen. Zoals hoe je afspreekt.
En in grotere dingen. Zoals wat je voelt… maar niet zegt.
Je verandert dit niet door jezelf te forceren om “gewoon eerlijker te zijn”.
Of door een cursus assertiviteit.
Je verandert dit door opnieuw te voelen wat jij eigenlijk wil.
Misschien voor het eerst in lange tijd.
Begin klein.
Zeg vandaag één eerlijk ding waar je normaal “het is goed” zou zeggen.
Niet groot. Niet moeilijk. Maar echt.
En voel wat er gebeurt in je lichaam.